Havo en vwo

Onderbouw

In de onderbouw van havo en vwo hebben de leerlingen veertien verschillende vakken. In de loop van twee jaar wordt duidelijk welke vakken ze leuk of gemakkelijk vinden en welke niet. In het eerste jaar leren leerlingen plannen en huiswerk maken en andere studievaardigheden. Ook ontdekken ze welke manier van leren het beste bij hen past.

Twee jaar samen

In de eerste en tweede klas zitten havo- en vwo-leerlingen bij elkaar. Aan het eind van het tweede leerjaar wordt van elke leerling vastgesteld waar die het beste past: op havo of vwo. Zowel havo als vwo vraagt van leerlingen een actieve werkhouding en goede motivatie. Van vwo-leerlingen wordt verwacht dat ze ook buiten de lessen graag kennis en inzicht verwerven.

Profielen

Leerlingen kiezen voor de bovenbouw een van de vier profielen: Cultuur & Maatschappij, Economie & Maatschappij, Natuur & Gezondheid en Natuur & Techniek. Elk profiel bestaat uit verplichte vakken die voor alle profielen hetzelfde zijn, vakken die kenmerkend zijn voor het profiel en een vrij te kiezen vak. Veel leerlingen kiezen voor Economie & Maatschappij; dat is een breed profiel. Voorkeur en aanleg voor exacte vakken en technische interesse leiden tot de keuze voor een van de Natuur-profielen. Leerlingen met een voorkeur voor talen en met culturele belangstelling of met weinig aanleg voor wiskunde komen bij Cultuur & Maatschappij uit.

Studiekeuze

Vanaf de vierde klas krijgt de studiekeuze veel aandacht. De school ondersteunt leerlingen daarbij op veel manieren. Ze krijgen de gelegenheid om naar open dagen te gaan of mee te lopen met een student. Voor leerlingen die er in de tweede helft van het examenjaar nog niet uit zijn, organiseert het Vellesan College een kort coachingstraject.

Zelfstandig en verantwoordelijk

In de vervolgopleidingen van havo (hbo) en vwo (universiteit) moeten leerlingen zelfstandig werken, goed plannen en zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leerproces. Die vaardigheden leren ze in de bovenbouw. Leerlingen krijgen dan ook veel opdrachten die ze in de V-uren moeten uitvoeren, maar vaak ook buiten de lessen om: verslagen maken van natuur- en scheikundeproeven, literaire boeken lezen en daarover boekverslagen schrijven, (profiel)werkstukken maken, enz. Ze moeten die taken goed plannen.
Docenten verwachten dat leerlingen thuis het nodige voorbereiden en zelf in de les naar voren brengen wat ze niet begrijpen. Als leerlingen zelf initiatief nemen om uitleg te vragen of misschien zelfs extra les, komen docenten graag aan die behoefte tegemoet.